Het college kan een vergunning als bedoeld in artikel 5 en 6, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of een persoon die hem vervangt of bijstaat:

  • - het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt;
  • - zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;
  • - op de markt handelingen heeft verricht die het ordelijk verloop in ernstige mate hebben verstoord, of
  • - niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van de Marktgeldverordening.