Het college kan een vergunning als bedoeld in artikel 5 en 6, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of een persoon die hem vervangt of bijstaat:
het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt;
zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;
op de markt handelingen heeft verricht die het ordelijk verloop in ernstige mate hebben verstoord, of
niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van de Marktgeldverordening.
Artikel 11
Intrekking en schorsing vergunning
Onderdeel van Marktverordening Gemeente ‘s-Gravenhage 2004