**1..** Het college stelt op aanvraag van de ouder vast of hij of zijn partner in aanmerking komt voor een gemeentelijke tegemoetkoming op grond van sociaal-medische indicatie ten behoeve van het kind, voor zover andere voorzieningen geen passender oplossing kunnen bieden.
**2..** In aanmerking voor de gemeentelijke tegemoetkoming komen slechts aanvragers:
die niet of niet meer onder de overgangsregeling voor kinderopvang voor sociaal-medisch geïndiceerden vallen en die kinderopvang nodig hebben op grond van een sociaal-medische indicatie;
die een woonplaats hebben in de gemeente Den Haag als bedoeld in de artikelen 1:10, eerste lid, en 1:11 van het Burgerlijk Wetboek;
die rechtmatig verblijf houden in Nederland in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2005;
die kinderopvang laten plaatsvinden in een geregistreerd kindercentrum of gastouderopvang door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau als bedoeld in artikel 45 en verder van de Wet kinderopvang;
die hun recht op een tegemoetkoming op grond van de verordening overdragen aan de onderneming aan welke de kosten voor de kinderopvang moeten worden voldaan;
waarbij een inkomenstoets heeft plaatsgevonden om hun eigen bijdrage te bepalen. Voor de bepaling van het toetsingsinkomen is artikel 8 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen van overeenkomstige toepassing.
**3..** Het college weigert de tegemoetkoming op grond van een sociaal-medische indicatie indien:
de aanvrager niet behoort tot personen als bedoeld in het tweede lid van dit artikel; of
de aanvrager reeds een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van de Wet kinderopvang ontvangt of kan ontvangen, of een tegemoetkoming anders dan van het Rijk ontvangt of kan ontvangen.
**4..** Alvorens te besluiten, wint het college ten behoeve van de vaststelling van de noodzaak van kinderopvang advies in bij een organisatie die beschikt over adequate deskundigheid.
**5..** Het besluit van het college vermeldt de geldigheidsduur van de indicatie. De geldigheidsduur van de indicatie wordt bepaald door de organisatie als bedoeld in het vierde lid van dit artikel.
**6..** Het college kan een subsidieplafond instellen voor deze doelgroep.
**7..** (vervallen)
**8..** De artikelen 1 tot en met 16 van de Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang zijn van toepassing op de doelgroep, met uitzondering van artikel 3.
§ 6.
Artikel 14a
Aanvullende niet-wettelijke doelgroep sociaal-medisch geïndiceerden
Onderdeel van Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang