Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
de wet:
de Wet werk en bijstand, Stb. 2003, nr 375;
b.
het college:
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag;
c.
bijstand:
algemene en bijzondere bijstand;
d.
uitkering:
een uitkering levensonderhoud krachtens de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen en de Wet inkomensvoorziening kunstenaars;
e.
voorschot:
de renteloze geldlening als bedoeld in artikel 52, eerste lid van de wet.
f.
langdurigheidstoeslag:
de toeslag als
bedoeld in artikel 36 van de wet;
g.
fraude:
het (gedeeltelijk) verzwijgen of onjuist verstrekken van informatie, mondeling of schriftelijk, die van belang is voor het recht op bijstand of de langdurigheids-toeslag of de voortzetting van het recht op bijstand of de langdurigheidstoeslag of een uitkering;
h.
benadelingsbedrag:
de bijstand of de langdurigheidstoeslag die als gevolg van schending de ver-plichting genoemd in artikel 17 van de wet ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verstrekt.