**1..** Het is verboden om in het archeologisch waardevol gebied, bedoeld in artikel 1, onder b, en zoals aangeduid op de kaartbijlage EGM 10-1 behorende bij deze Erfgoedverordening, de bodem dieper dan 40 cm onder de oppervlakte te verstoren.
**2..** Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien;
het een verstoring betreft van een archeologisch waardevol gebied als aangegeven in de kaartbijlage EM 10-1 behorende bij deze Erfgoedverordening, en het te verstoren gebied kleiner is dan 30 m2,
in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg.
er sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg.
het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch waardevol gebied als aangegeven op de kaartbijlage EM 10-1 behorende bij deze Erfgoedverordening en de gemeentelijke beleidsadvieskaart;
een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat:
het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of
de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of
in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.
Hoofdstuk 5.
Artikel 16.
Instandhoudingbepaling
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Middelburg 2011