Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › § 2.1

Artikel 4

Voorwaarden voor doelverstrekking PGB

Onderdeel van Verordening persoonsgebonden budget opvang kinderen nieuwkomers, oudkomers en PaVem-vrouwen

Voor het verkrijgen van de doelverstrekking PGB gelden de volgende voorwaarden: de aanvrager neemt deel aan een traject of een inburgeringsprogramma en behoeft in verband daarmee opvang voor kinderen waarvoor hij de zorg heeft; voor oudkomers en PaVEM-vrouwen die niet in aanmerking kunnen komen voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van de Wet kinderopvang of waarvan het kind jonger dan 2,5 jaar is, wordt de doelverstrekking PGB aangemerkt als een voorliggende voorziening; voor oudkomers en PaVEM-vrouwen die wel in aanmerking kunnen komen voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van de Wet kinderopvang en voor nieuwkomers is de doelverstrekking PGB een faciliteit aanvullend op de Wet kinderopvang. de aanvrager ontvangt voor de opvang van een bepaald kind op een bepaald moment niet tegelijkertijd een tegemoetkoming op grond van de Wet kinderopvang of artikel 14a van de Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang (regeling voor sociaal-medisch geïndiceerden); de partner van de aanvrager kan tijdens de lesuren gedurende het inburgeringsprogramma respec-tievelijk traject niet voor het kind zorgen, bijvoorbeeld omdat hij werkt of een scholingstraject of ander programma gericht op arbeidsinschakeling of reïntegratie volgt; de aanvrager is inwoner van de gemeente Den Haag; de aanvrager en zijn partner houden, indien zij vreemdeling zijn, rechtmatig verblijf in Nederland, in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000; de aanvrager voldoet aan zijn verplichtingen in het kader van de Regeling inburgering oudkomers G30 2005.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel