Aan het mobiliteitsfonds zijn de volgende bestedingscriteria gekoppeld:
Gelden worden alleen ingezet ten behoeve van buurten waar de parkeerdruk op één of meerdere momenten hoger is dan 80%.
De inzet en besteding van gelden moet een aantoonbare verbetering van de parkeersituatie tot gevolg hebben op in ieder geval die momenten dat de parkeerdruk hoog is.
Minimaal 50% van de gelden wordt ingezet voor het creëren van extra parkeergelegenheid, bijvoorbeeld door:
De aanleg van fysieke openbare parkeervoorzieningen;
Het financieren van de extra kosten voor ruimere openingstijden van openbare parkeervoorzieningen;
Het financieren van de kosten om een private parkeervoorziening bij bijvoorbeeld een kantoor geschikt te maken voor openstelling buiten kantooruren als openbare parkeervoorziening.
Maximaal 50% van de gelden wordt ingezet voor bereikbaarheidsverbeterende matregelen waardoor de openbare parkeersituatie aantoonbaar verbetert. Bijvoorbeeld door:
Het beter benutten van de openbare parkeervoorzieningen door verbetering van het parkeerverwijssysteem;
Het verbeteren van de openbaarvervoer- en fietsverbindingen.
Gelden kunnen in ieder geval niet ingezet worden:
Ten behoeve van een negatieve grondexploitatie;
Om een private parkeervoorziening te financieren.
Jaarlijks zal door de directeur dienst Stad een bestedingsvoorstel bij het college worden ingediend.