Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1

Begripsomschrijving

Onderdeel van Bomenverordening 2005

1.. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. houtopstand: één of meer bomen, hakhout of een houtwal; b. boom: een houtachtig overblijvend gewas met een omtrek van de stam van minimaal 30 centimeter op 1.30 meter boven het maaiveld gerekend langs de stam, indien het bomen betreft op achtererven van woningen niet groter dan 50 vierkante meter en niet zichtbaar vanaf openbaar toegankelijk gebied, geldt een omtrek van de stam van minimaal 90 centimeter op 1,3 meter boven maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam. In het kader van een herplant- of instandhoudingsplicht of vanwege de plaatsing op de lijst met monumentale bomen worden als bomen ook aangemerkt, bomen met een omtrek van kleiner dan 30 centimeter respectievelijk 90 centimeter bij voornoemde achtererven niet groter dan 50 vierkante meter; c. college: het college van burgemeester en wethouders van Den Haag; d. dunning: velling, die uitsluitend als een voorzorgsmaatregel ter bevordering van de groei en instandhouding van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd indien deze houtopstand als bosperceel kan worden aangemerkt; e. bosperceel: houtopstanden, die een zelfstandige eenheid vormen en of een grotere oppervlakte beslaan dan 10 are of, in geval van eenrijbeplanting, gerekend over het totaal aantal rijen meer dan 20 bomen omvatten zoals bedoeld in de Boswet; f. eigenaar: de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van of een beperkt zakelijk recht heeft op de houtopstand; g. hakhout: één of meer bomen, die na geveld te zijn opnieuw op de stronk uitlopen; h. herplantwaarde: monetaire waardering van houtopstand conform de meest recente richtlijnen van de Nederlandse vereniging van taxateurs van bomen; i. bomenfonds: het tijdelijk fonds voor gelden ten behoeve van herplant van houtopstanden; j. boomziekte: een biologische aantasting van bomen of andere houtopstand door bacteriën, schimmels, insecten of ander natuurlijke oorzaak.; k. Adviesraad: de Adviesraad Monumentale Bomen, bestaande uit vertegenwoordigers van de landelijke Bomenstichting, de Adviesraad Duurzaamheid en Milieu en de Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor ’s Gravenhage en omstreken. l. monumentale houtopstand: houtopstand als bedoeld in artikel 2 van deze verordening. m. kandelaberen: het terugsnoeien van een kroon tot een hoofdstam met takstompen. n. vellen: kappen, rooien, met in begrip van verplanten, het snoeien van meer dan 30% van het kroonvolume, alsmede het verrichten van handelingen zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Rechtspraak bij dit artikel