Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 8

Bijzondere vergunningvoorschriften ter bescherming van de houtopstand

Onderdeel van Bomenverordening 2005

1.. Aan een ontheffing, vergunning of toestemming zoals bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, 5 derde lid en 6, vierde lid kunnen in het belang van de bescherming en het behoud van nabije houtopstanden voorschriften worden verbonden. 2.. Tot de in het eerste lid bedoelde voorschriften kan behoren het voorschrift: dat binnen een bepaalde termijn van de vergunning gebruik dient te worden gemaakt; dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de daarbij te geven aanwijzingen moet worden herplant; dat pas tot vellen mag worden overgegaan indien vergunningen inzake bouw, aanleg of andere ruimtelijke herinrichting onherroepelijk zijn geworden en de feitelijke en financiële uitvoering van deze werken voldoende gewaarborgd is; dat ter bescherming van flora of fauna op een aangewezen locatie gedurende een bepaalde periode niet mag worden geveld; dat pas tot vellen mag worden overgegaan indien een ontheffing op grond van de Flora- en Faunawet onherroepelijk is geworden. 3.. Wordt een voorschrift tot herplant gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet geslaagde herplant moet worden vervangen. 4.. Indien uitvoering van een herplant niet mogelijk is of naar maatstaven van redelijkheid onvol-doende compensatie biedt voor het vellen van de houtopstand wordt aan de ontheffing, vergunning of toestemming het voorschrift verbonden, dat de houtopstand niet mag worden geveld alvorens een bedrag gelijk aan de herplantwaarde in het herplantfonds is gestort. 5.. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften behoort het voorschrift dat ook alle rechts-opvolgers van degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, verplicht zijn daaraan te voldoen.

Rechtspraak bij dit artikel