Als op basis van de uitkomsten uit het vooronderzoek als bedoeld in artikel 2 de raad besluit een onderzoek in te stellen als bedoeld in artikel 155a-155f van de Gemeentewet, dan benoemt de raad daartoe een commissie bestaande uit vertegenwoordigers van alle in de raad vertegenwoordigde fracties. Voor ieder lid wijst de raad, zo mogelijk, uit de betreffende fractie tevens een raadslid als plaatsvervanger aan.
De zittingsduur van de leden van de commissie is gelijk aan de duur van onderzoek.
3. Het lidmaatschap van de commissie eindigt voorts indien:
a.de raad heeft besloten de commissie op te heffen;
b.een lid ophoudt raadslid te zijn;
c.een lid ontslag neemt als commissielid;
d.de commissie besluit een lid van haar te horen.
4.Een lid kan op elk moment ontslag nemen. Hiervan brengt hij de raad en de voorzitter van de commissie zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte.
5.Bij een tussentijdse vacature neemt de plaatsvervanger van het desbetreffende lid diens plaats in. De leden drie en vier zijn dan van overeenkomstige toepassing. De raad beslist of een nieuwe plaatsvervanger wordt aangewezen.
6.De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter worden uit de commissieleden door de raad in die functies benoemd.
Artikel 3
Instelling en samenstelling commissie
Onderdeel van Verordening op het raadsonderzoek 2011