Naar hoofdinhoud
1.. Wanneer ingevolge het bepaalde in artikel 34, derde, vierde of zesde lid, het lot moet beslissen, schrijft de griffier de namen van hen, tussen wie deze beslissing moet plaatsvinden, op afzonderlijke, gelijke briefjes. 2.. De voorzitter van het stembureau vouwt de briefjes op gelijke wijze, schudt ze om en doet in de bus. 3.. Daarna neemt de voorzitter van de raad één van deze briefjes uit de bus. 4.. Hij, wiens naam op het briefje staat, komt in de gevallen als bedoeld in artikel 34, derde en vierde lid, voor de derde stemming in aanmerking of is, in het geval als bedoeld in artikel 34. zesde lid, benoemd, gekozen, voorgedragen of aanbevolen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel