De verordening verstaat onder:
a.
inspraak:
inspraakgerechtigden de mogelijkheid geven om hun mening over een gemeentelijk beleidsvoornemen kenbaar te maken;
b.
inspraakprocedure:
de wijze waarop aan de inspraak gestalte wordt gegeven;
c.
beleidsvoornemen:
het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid;
d.
participatie:
het op interactieve wijze betrekken van belanghebbenden en/of
belangstellenden bij de ontwikkeling van gemeentelijk beleid, in de vorm van raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen;
e.
raadplegen:
het gelegenheid geven aan belanghebbenden en/of belangstellenden om ideeën, wensen en meningen naar voren te brengen of voorkeuren aan te geven die bij de beleidsvorming worden betrokken;
f.
adviseren:
het vragen aan belanghebbenden om binnen vooraf gestelde kaders een gezamenlijk antwoord te geven op een door een bestuursorgaan geformuleerde vraag;
g.
coproduceren:
het door gemeente en belanghebbenden in gezamenlijk overleg ontwikkelen van een plan met inachtneming van vooraf meegegeven kaders;
h.
meebeslissen:
het gelegenheid geven aan belanghebbenden om binnen een vooraf aangegeven kader een bindende keuze te maken uit ten minste twee alternatieven;
i.
belanghebbende:
degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit betrokken is;
j.
belangstellende:
eenieder die aan een participatieproces wil deelnemen;
k.
deskundige:
een persoon die op uitnodiging van een bestuursorgaan deelneemt aan een door dat bestuursorgaan geïnitieerd participatieproces vanwege zijn specifieke kennis van het onderwerp waarop dat participatieproces betrekking heeft;
l.
deelnemers:
belanghebbenden, belangstellenden en deskundigen die deelnemen of hebben deelgenomen aan een bepaald participatieproces.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Inspraak- en participatieverordening gemeente Den Haag 2012