**1..** Het verantwoordelijke bestuursorgaan stelt bij de start van elk participatieproces een startdocument vast. Daarin wordt expliciet besloten over in ieder geval de volgende punten:
het exacte onderwerp van het participatieproces;
het doel van de participatie;
het niveau van de participatie, waarbij een gemotiveerde keuze wordt gemaakt uit: raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen;
de inhoudelijke, financiële, procedurele en overige kaders voor de participatie en de wijze waarop deze kaders vooraf met de deelnemers worden gecommuniceerd;
de schaal waarop het participatieproces speelt;
wie de belanghebbenden zijn;
of ook anderen dan belanghebbenden aan het proces kunnen deelnemen;
de wijze en het tijdstip waarop de deelnemers hun inbreng kunnen leveren;
de wijze waarop het bestuursorgaan communiceert over de inrichting en inhoud van het participatieproces;
de wijze en het tijdstip waarop het bestuursorgaan reageert op de uitkomsten van het participatieproces;
de begroting van de kosten van het participatieproces.
**2..** Het betrokken bestuursorgaan maakt voorafgaand aan de start van het participatieproces het voornemen hiertoe bekend op de voor dat proces gepaste wijze. In deze kennisgeving wordt ingegaan op de in het eerste lid, onder a tot en met i, bedoelde punten.
**3..** Indien omstandigheden het noodzakelijk maken om de kaders bedoeld in het eerste lid onder d of de inrichting van het proces als bedoeld in het eerste lid onder h aan te passen, draagt het betrokken bestuursorgaan er zorg voor dat dit onverwijld bekend wordt gemaakt.
HOOFDSTUK 3
Artikel 8
Inrichting van het participatieproces
Onderdeel van Inspraak- en participatieverordening gemeente Den Haag 2012