Naar hoofdinhoud
1. Als de aanvraag kennelijk ongegrond is, dan wel op grond van artikel 6.1.3.1 van het besluit niet in behandeling wordt genomen, kan aanwijzing van de adviseur achterwege blijven. In alle andere gevallen wordt een adviseur aangewezen. 2. Binnen twaalf weken na het verstrijken van de in artikel 6.1.3.1 van het besluit genoemde termijnen geven Gedeputeerde Staten als volgt uitvoering aan artikel 6.1.3.2 van het besluit: Gedeputeerde Staten wijzen een persoon als adviseur aan die beschikt over voldoende deskundigheid inzake advisering op het gebied van planschade; indien Gedeputeerde Staten na advies te hebben ingewonnen van de onder a. bedoelde adviseur, van oordeel zijn dat de aanvraag betrekking heeft op planschade in de vorm van inkomensderving en er gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag behoefte bestaat aan extra deskundigheid, wijzen Gedeputeerde Staten tevens een persoon als adviseur aan die deskundig is op het gebied van accountancy of op het gebied van financieel-economische bedrijfsvoering; indien Gedeputeerde Staten na advies te hebben ingewonnen van de onder a. bedoelde adviseur, van oordeel zijn dat de aanvraag betrekking heeft op planschade in de vorm van waardevermindering van een onroerende zaak en er gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag behoefte bestaat aan extra deskundigheid, wijzen Gedeputeerde Staten tevens een persoon als adviseur aan die deskundig is op het gebied van de waardering van onroerende zaken en die expertise heeft ten aanzien van de waardevermindering van onroerende zaken als gevolg van een planologische verslechtering. 3. Indien zij dat nodig achten, verlangen Gedeputeerde Staten dat de persoon die zij voornemens zijn als adviseur aan te wijzen tevoren aantoont dat hij op grond van opleiding en ervaring deskundig is ten aanzien van de in het eerste lid genoemde aspecten waarop hij de aanvraag moet beoordelen. 4. Niet als adviseur kan worden aangewezen hij die is aangesteld door, ondergeschikt is aan of werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het provinciebestuur of daarvan deel uitmaakt of op enigerlei andere wijze betrokken is bij de planologische maatregel waarop de aanvraag betrekking heeft. 5. Indien Gedeputeerde Staten meerdere personen als adviseur hebben aangewezen, vormen deze samen een commissie als bedoeld in artikel 6.1.1.1, onder c., van het besluit. 6. Van de in het vijfde lid bedoelde commissie is de in artikel 2, eerste lid onder a, bedoelde adviseur voorzitter. 7. De commissie wijst uit haar midden een rapporteur aan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel