Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a.
markt:
een door de gemeente beheerde kleinhandelsmarkt, voor de verkoop op basis van aflevering en betaling ter plaatse van waren, waarvoor die markt is bestemd;
b.
losse standplaats:
een verkoopplaats die nog niet of niet opnieuw als vaste standplaats is toegewezen dan wel op een marktdag niet door de vaste houder daarvan wordt ingenomen en die per marktdag wordt uitgegeven;
c.
vaste standplaats:
een verkoopplaats die voor onbepaalde tijd aan een bepaalde verkoper is toegewezen;
d.
ondiepe standplaats:
een verkoopplaats, vier meter breed of minder en diep 3 meter of minder;
e.
diepe standplaats:
een verkoopplaats, vier meter breed of minder en tussen 3 meter en zes meter diep;
f.
achterruimte:
de oppervlakte welke een diepe standplaats meer heeft dan een ondiepe standplaats met een diepte van 3 meter met gelijke frontbreedte;
g.
verkoopplaats:
een als zodanig door het college voor het verhandelen van waren aangewezen plaats op een marktterrein;
h.
dag:
de tijdsspanne, als vermeld in artikel 2 van het Marktreglement Gemeente Den Haag 2004;
i.
kwartaal:
de driemaandelijkse perioden aanvangende 1 februari, 1 mei, 1 augustus en 1 november.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van marktgelden (Verordening marktgelden 2008)