Naar hoofdinhoud
1.. Voor de berekening van de precariobelasting en rechten wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. 2.. Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 3.. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4.. De precariobelasting, als bedoeld in de tarieventabel, onder 27 wordt berekend per m¹, gemeten langs de langste zijde van de grootste denkbeeldige rechthoek, waardoor het voorwerp wordt omvat. Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf worden buiten aanmerking gelaten de voorwerpen of delen daarvan die geen andere functie hebben dan deel uit te maken van of te behoren tot een (on)roerende zaak. 5.. Voor de berekening van de precariobelasting en de rechten worden gedeelten van de in de tarieventabel genoemde eenheden van tijd voor een geheel gerekend. 6.. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing.

Rechtspraak bij dit artikel