Deze verordening verstaat onder:
a.
recreatiewoning:
permanent aanwezige recreatieve woning op voor
recreatieve doeleinden bestemde terreinen;
b.
vakantieonderkomens:
woningen en verblijven, andere dan de in onderdeel a
genoemde recreatiewoning, niet zijnde mobiele
kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd
voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere
recreatieve doeleinden;
c.
mobiele kampeeronderkomens:
tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en
soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen
welke bestemd zijn voor dan wel gebezigd worden als
verblijf voor vakantie en andere recreatieve
doeleinden;
d.
niet-beroepsmatig verhuurde ruimten:
woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan,
niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans,
welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor
vakantie en andere recreatieve doeleinden doch wel in
bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden
worden verhuurd dan wel te huur aangeboden;
e.
vaste standplaats:
een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het
gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een
zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan;
f.
vaartuig:
een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor
vakantie of andere recreatieve doeleinden;
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting (Verordening toeristenbelasting 2008).