Naar hoofdinhoud
1.. De in onderdeel 2.3 van de bij deze verordening behorende tabel bedoelde rechten worden niet geheven voor het begraven van een als levenloos aangegeven of binnen drie maanden na de geboorte overleden kind dat met het stoffelijk overschot van de moeder in één kist wordt begraven. 2.. De in de onderdelen 5.1 en 5.2 van de bij deze verordening behorende tabel bedoelde rechten verwijderen van een urn op rechterlijk gezag. Het in onderdeel 5.2 van de bij deze verordening behorende tabel bedoelde recht wordt bovendien niet geheven indien het opgraven van de asbus of verwijderen van de urn geschiedt binnen de termijn waarvoor het uitsluitend recht als bedoeld in onderdeel 1.1 van de bij deze verordening behorende tabel is verleend en gelijktijdig afstand wordt gedaan van dat uitsluitend recht, teneinde de asbus of urn naar elders over te brengen dan wel de as te verstrooien. 3.. Het in onderdeel 7.1 van de bij deze verordening behorende tabel bedoelde recht wordt niet geheven indien de vergunning een wijziging of aanvulling van een reeds bestaande grafbedekking betreft, alsmede indien voorwerpen worden vervangen door andere van dezelfde afmetingen.

Rechtspraak bij dit artikel