**1..** De rechten, bedoeld in de onderdelen 7.3 tot en met 7.6 van de bij deze
verordening behorende tabel, zijn verschuldigd bij de aanvang van het
belastingtijdvak of, indien de belastingplicht in de loop van het
belastingtijdvak aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht.
**2..** Indien de belastingplicht na 1 januari doch voor 1 april van het
kalenderjaar aanvangt, zijn de rechten bedoeld in de onderdelen 7.3, 7.4
en 7.5 van de bij deze verordening behorende tabel volledig
verschuldigd. Indien de belastingplicht op of na 1 april doch voor 1
oktober van het kalenderjaar aanvangt, zijn over het betreffende deel
van het kalenderjaar de helft van de rechten verschuldigd bedoeld in de
onderdelen 7.3, 7.4 en 7.5 van de bij deze verordening behorende tabel.
Indien de belastingplicht op of na 1 oktober aanvangt, zijn over het
betreffende deel van het kalenderjaar geen rechten verschuldigd bedoeld
in de onderdelen genoemd in de vorige volzin.
**3..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
wordt voor de rechten bedoeld in de onderdelen 7.3, 7.4, 7.5 van de bij
deze verordening behorende tabel op aanvraag ontheffing verleend over
zoveel twaalfde gedeelten als er in dat belastingtijdvak, na het
tijdstip van eindigen van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
overblijven.
**4..** Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.
**5..** Ontheffing wordt niet verleend indien deze minder dan € 10,00
bedraagt.
Artikel 8