Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a.
schip:
elk vaartuig met inbegrip van een vaartuig zonder
waterverplaatsing en een watervliegtuig, gebruikt of
geschikt om te worden gebruikt als een middel van
vervoer te water alsmede een drijvend werktuig en een
drijvende inrichting;
b.
vrachtschip:
elk vaartuig, dat wordt gebezigd of is bestemd geheel of
hoofdzakelijk voor het vervoer van stoffen en/of
goederen;
c.
laadvermogen:
het in tonnen uitgedrukte verschil tussen de
zoetwaterverplaatsing van het schip bij de grootste
toegelaten diepgang en die van het ledige schip;
d.
ton:
gewichtseenheid van 1.000 kg;
e.
verblijf:
gebruik als bedoeld in artikel 2;
f.
dag:
een tijdvak van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur;
g.
maand, kwartaal, jaar:
kalendermaand, kalenderkwartaal, kalenderjaar;
h.
ligplaats:
een voor het meren van een schip bestemde plaats;
i.
gereserveerde ligplaats:
een ligplaats, door het college van burgemeester en
wethouders met schriftelijke vergunning bestemd voor het
tijdelijk gemeerd liggen met een aangewezen schip dat
voor de scheepvaart wordt gebezigd;
j.
vaste ligplaats:
een ligplaats, door het college van burgemeester en
wethouders met schriftelijke vergunning bestemd voor het
blijvend gemeerd liggen met een aangewezen schip niet
meer aan de scheepvaart deelnemend.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van binnenhavenbelasting (Verordening binnenhavenbelasting 2008)