In deze verordening wordt verstaan onder:

a.

Rechtspositiebesluit wethouders:

het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 243;

b.

Regeling rechtspositie wethouders:

de ministeriële regeling van 20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit wethouders;

c.

Verplaatsingskostenregeling 1989:

het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr. B87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212;

d.

Reisregeling binnenland:

het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56;

e.

Reisregeling buitenland:

het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt. 181;

f.

Gedragscode voor het college:

Gedragscode voor het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag;

g.

gemeentesecretaris:

de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet;

h.

mobiele telefoon:

daaronder wordt mede verstaan toestellen waarbij communicatie een centrale rol speelt, zoals smartphone en BlackBerry.