Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3

Vergunning

Onderdeel van Verordening op de logeer- en kamerverhuurinrichtingen

1.. Behoudens de gevallen, voorzien in artikel 37, 1e en 2e lid, is het verboden zonder schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders een logeer- en/of kamerverhuurinrichting te exploiteren. 2.. Degene, die voornemens is een dergelijke exploitatie ter hand te nemen, vraagt de vergunning schriftelijk aan. 3.. De aanvraag moet vermelden: de naam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats, woonplaats, adres en beroep van de exploitant of - zo deze een rechtspersoon is - de statutaire naam en de plaats, waar de rechtspersoon gevestigd is en kantoor houdt; de onder a bedoelde gegevens van de beheerder; het adres van het gebouw, waarin de inrichting wordt gevestigd; het gedeelte of de gedeelten van het gebouw, waarvoor de vergunning wordt gevraagd; het aantal personen, aan wie, naar het oordeel van de aanvrager, logies en/of kamerruimte kan worden verstrekt. 4.. Onverminderd het bepaalde in het vorige lid is de aanvrager gehouden het college alle informatie, stukken en tekeningen te verschaffen, welke zij ter beoordeling van de aanvraag nodig achten. Indien de aanvrager een rechtspersoon is, worden de statuten en een lijst van de bestuursleden bij de aanvraag overgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel