Teneinde de nakoming van de bepalingen van deze verordening te
verzekeren, zijn de in artikel 39 bedoelde personen, ieder voor zover
zijn eigen opsporingsbevoegdheid reikt, bevoegd om te allen tijde alle
plaatsen te betreden, doch ingeval het woningen betreft, met
inachtneming van de bepalingen der wet van 31 augustus 1853 (Staatsblad
nummer 83), zoals die wet sedert dien is gewijzigd.
Hoofdstuk IX
Artikel 40
Betreden van alle plaatsen
Onderdeel van Verordening op de logeer- en kamerverhuurinrichtingen