Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 5:

Artikel 2:11

Aanleggen, beschadigen, opbreken en veranderen van een weg

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag

1.. Het is het verboden om zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg en daarbij handelingen te verrichten die de gebruiksmogelijkheden van de weg beperken. 2.. Dit verbod is niet van toepassing op handelingen als bedoeld in het eerste lid ten behoeve van huisaansluitingen voor nutsvoorzieningen (telefoon, kabeltelevisie, gas, water, elektra, riool, stadsverwarming), voor zover die geen belemmerende invloed hebben op de doorstroming van verkeer, gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van de weg, of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kunnen vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. 3.. Het college van burgemeester en wethouders kan voor de handelingen als bedoeld in het eerste lid nadere regels vaststellen. 4.. Het is verboden af te wijken van de nadere regels als bedoeld in het derde lid. 5.. Het college van burgemeester en wethouders kan een vergunning weigeren: indien de handeling als bedoeld in het eerste lid schade toebrengt aan de weg, een belemmerende invloed heeft op de doorstroming van verkeer, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg, of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; indien de handeling hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving, niet voldoet aan de eisen van redelijke welstand; in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van in de nabijheid gelegen onroerende zaken. 6.. De weigeringsgronden van het vijfde lid, onder a, gelden niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet. De weigeringsgronden van het vierde lid, onder b, gelden niet voor bouwwerken. De weigeringsgronden van het vierde lid, onder c, gelden niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 7.. In spoedeisende gevallen kan, als de betrokken belangen dit vereisen: het college van burgemeester en wethouders de opdrachtgever en opdrachtnemer van de handelingen als bedoeld in het eerste lid mondelinge of schriftelijke aanwijzingen geven, die terstond dienen te worden opgevolgd; het college van burgemeester en wethouders de verleende vergunning wijzigen of intrekken. 8.. De verplichtingen en de verboden in dit artikel gelden niet: voor het Rijk bij het uitvoeren van zijn of haar publiekrechtelijke taak; voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.

Rechtspraak bij dit artikel