Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 5:

Artikel 2:10A.

Leidingen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (APV)

1. . In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10, eerste lid, en onverminderd het bepaalde in artikel 2:11, eerste lid, is het verboden om zonder voorafgaande instemming van burgemeester en wethouders een leiding op, aan, in, boven of onder de weg te leggen, te hebben liggen of in enig opzicht te wijzigen. 2. . De aanvraag voor de vereiste instemming dient bij het leggen, hebben liggen of in enig opzicht te wijzigen van huisaansluitingen van leidingen, waarvan de lengte niet langer is dan 55 meter, ten minste drie werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden door het college te zijn ontvangen. In alle overige gevallen geldt een termijn van acht weken. 3. . De aanvraag om instemming dient te geschieden door de eigenaar van de leiding. 4. . Het college van burgemeester en wethouders stelt voor de aanvraag om instemming een formulier en voorwaarden vast waaraan de aanvraag om instemming voor het leggen, hebben liggen of in enig opzicht wijzigen van leidingen dient te voldoen. 5. . Het college van burgemeester en wethouders stelt voor het leggen, hebben liggen of in enig opzicht wijzigen van leidingen nadere regels vast. 6. . Het college van burgemeester en wethouders beslist op een aanvraag: om instemming voor het leggen, hebben liggen of in enig opzicht wijzigen van een leiding binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag; om instemming voor het leggen, hebben liggen of in enig opzicht wijzigen van een huisaansluiting van een leiding, waarvan de lengte niet langer is dan 55 meter, binnen drie werkdagen na ontvangst van de aanvraag. 7. . vervallen 8. . Een van rechtswege verleende instemming kan geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken of gewijzigd, indien het aanvraagformulier onjuiste gegevens bevat of indien de werkzaamheden onvoorziene en ontoelaatbare gevolgen voor de fysieke leefomgeving hebben of dreigen te hebben en het geven van aanwijzingen als bedoeld in het tiende lid onder b, geen oplossing biedt. 9. . Een verleende instemming kan geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken of gewijzigd indien: de werkzaamheden ontoelaatbare gevolgen voor de fysieke leefomgeving hebben of dreigen te hebben en het geven van aanwijzingen als bedoeld in het tiende lid, onder b, geen redelijke oplossing biedt; dit noodzakelijk is voor de uitvoering van werkzaamheden van de gemeente of derden; 10. . In spoedeisende gevallen kan, als de betrokken belangen dit vereisen: de eigenaar van de leiding mondeling instemming vragen, en kan het college mondeling instemming verlenen; het college van burgemeester en wethouders de eigenaar van de leiding mondelinge of schriftelijke aanwijzingen geven, die terstond dienen te worden opgevolgd; het college van burgemeester en wethouders haar instemming mondeling wijzigen of intrekken. Een mondelinge beslissing wordt zo spoedig mogelijk op schrift gesteld en aan de eigenaar toegezonden. 11. . Het is verboden: af te wijken van de nadere regels als bedoeld in het vijfde lid; niet of niet onmiddellijk te voldoen aan de aanwijzingen als bedoeld in het tiende lid onder b. 12. . Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing: voor het Rijk bij het uitvoeren van zijn of haar publiekrechtelijke taak; op een bovengrondse hoogspanningskabel; voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening, de Elektriciteitswet 1998 of de Gaswet. 13. . De in het eerste lid bedoelde instemming is zaaksgebonden. De eigenaar van de leiding dient een overdracht van de leiding binnen twee weken te melden aan het college van burgemeester en wethouders. 14. . De eigenaar die leidingen voorafgaande aan de inwerkingtreding van dit artikel op, aan, in, boven of onder de weg heeft gelegd, heeft liggen of in enig opzicht heeft gewijzigd, wordt geacht daarvoor instemming te hebben verkregen van het college van burgemeester en wethouders.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel