Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 7:

Artikel 2:25B

Sportwedstrijden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (APV)

1.. De organisator van een sportwedstrijd, als omschreven in de bij deze verordening behorendelijst ( Zie bijgevoegde lijst ) , moet ten minste dertig dagen vóór de wedstrijddatum, de burgemeester van zijn voornemen tot het houden van de wedstrijd schriftelijk kennis geven. 2.. Als een kennisgeving, gelet op het tijdstip, waarop de wedstrijddatum wordt vastgesteld, niet dertig dagen tevoren kan worden gedaan, geeft de organisator hiervan kennis aan de burgemeester uiterlijk zeven dagen vóór de wedstrijddatum. 3.. De burgemeester stelt een formulier vast voor het doen van de in het eerste lid bedoelde kennisgeving. 4.. De voorgeschreven kennisgeving is gedaan, zodra het in het derde lid bedoelde formuliervolledig en naar waarheid ingevuld, tijdig ingeleverd is ter plaatse als op dat formulier aangegeven en het in het vijfde lid bedoelde bewijs van ontvangst uitgereikt is. 5.. Degene, die de kennisgeving inlevert, ontvangt daarvan een bewijs, waarin het tijdstip van inlevering vermeld is. 6.. Een kennisgeving kan meerdere wedstrijden betreffen. 7.. Al dan niet in verband met de bij de kennisgeving verstrekte gegevens kan de burgemeester voorschriften geven ter beveiliging van personen en goederen, en ter voorkoming van wanordelijkheden, ernstige verkeersbelemmeringen of ernstige hinder voor toeschouwers of derden. 8.. Als de burgemeester van oordeel is, dat naar redelijke verwachting, noch door de door de organisator toegezegde maatregelen, noch door het geven van voorschriften, noch door de redelijkerwijs te nemen politiemaatregelen, onevenredige schade aan de in het zevende lid bedoelde belangen voorkomen kan worden, is de burgemeester bevoegd het houden van de wedstrijd te verbieden. 9.. Het is de organisator verboden een wedstrijd als bedoeld in het eerste lid te laten plaatsvinden, als: de kennisgeving ervan niet overeenkomstig het bepaalde in het eerste tot en met zesde lid gedaan is; gehandeld wordt in afwijking van de gegevens, die bij deze kennisgeving verstrekt zijn; de door de burgemeester ingevolge het zevende lid gegeven voorschriften niet worden nagekomen; de burgemeester het houden van de wedstrijd verboden heeft. 10.. De burgemeester kan van het bepaalde in het negende lid onder a. ontheffing verlenen.

Rechtspraak bij dit artikel