Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 13:

Artikel 2:74C.

Verblijfsontzeggingen in verband met harddrugs

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (APV)

1.. Degene die in een gebied, dat door de burgemeester is aangewezen ( Zie bijgevoegd besluit ) , omdat naar zijn oordeel de openbare orde in dat gebied ernstig is verstoord door de aanwezigheid van verslaafden en/of handelaren in harddrugs, zich gedraagt in strijd met: de artikelen 2:1, 2:49, en 2:79 voor zover de gedragingen in verband staan met harddrugs artikel 2:74 (handel en gebruik verdovende middelen) artikel 2:74B. (verzameling personen i.v.m. harddrugs of heling) artikel 3:9 (tippelverbod) artikel 2:48 (alcohol- en softdrugsverbod) is verplicht zich terstond uit dat gebied te verwijderen en zich daar gedurende een tijdvak vanvierentwintig uur niet te bevinden, nadat de burgemeester hem een daartoe strekkend bevel heeft gegeven. 2.. Degene die messen of andere voorwerpen, die als wapen kunnen worden gebruikt zoals verboden in de Wet wapens en munitie, openlijk voorhanden heeft, is verplicht zich terstond uit een door de burgemeester aangewezen gebied, als bedoeld in het eerste lid, te verwijderen en zich daar gedurende een tijdvak van vierentwintig uur niet te bevinden nadat de burgemeester hem een daartoe strekkend bevel heeft gegeven. 3.. Degene die in een door de burgemeester aangewezen gebied, als bedoeld in het eerste lid in een aaneengesloten periode van ten hoogste zes maanden ten minste drie ordeverstorende gedragingen heeft begaan, is verplicht zich terstond uit dat gebied te verwijderen en zich daar gedurende een tijdvak van 1 maand niet te bevinden nadat de burgemeester hem een daartoe strekkend bevel heeft gegeven. 4.. Degene die in een door de burgemeester aangewezen gebied, als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig het derde lid een bevel van de burgemeester heeft gekregen zich te verwijderen uit dat gebied en die in een aaneengesloten periode van ten hoogste één jaar weer een ordeverstorende gedraging heeft begaan, is verplicht zich terstond uit dat gebied te verwijderen en zich daar gedurende een tijdvak van 2 maanden niet te bevinden nadat de burgemeester hem een daartoe strekkend bevel heeft gegeven. 5.. Degene die in een door de burgemeester aangewezen gebied, als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig het vierde lid een bevel van de burgemeester heeft gekregen zich te verwijderen uit dat gebied en die in een aaneengesloten periode van ten hoogste één jaar weer een ordeverstorende gedraging heeft begaan, is verplicht zich terstond uit dat gebied te verwijderen en zich daar gedurende een tijdvak van 3 maanden niet te bevinden nadat de burgemeester hem een daartoe strekkend bevel heeft gegeven. 6.. Onder ordeverstorende gedragingen als bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid worden verstaan de gedragingen als bedoeld in het eerste en tweede lid, alsmede het niet voldoen aan een opgelegd verwijderingsbevel, geweldsdelicten en diefstallen uit auto’s op of aan de weg, voor zover een verband bestaat tussen het delict en harddrugs.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel