**1..** De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt door het bevoegd bestuursorgaan geweigerd indien:
de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen;
de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan, voorbereidingsbesluit of leefmilieuverordening;
er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam (zullen) zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht, of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde;
**2..** Het bevoegd bestuursorgaan kan de vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling als bedoeld in artikel 3:9., eerste lid, weigeren:
in het belang van de openbare orde;
in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;
in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;
in het belang van de veiligheid van personen of goederen;
in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;
in het belang van de gezondheid of zedelijkheid;
in het belang van de arbeidsomstandigheden van de prostituee;
indien het pand waarin de seksinrichting is gevestigd op grond van hoofdstuk 6a van de Bouwverordening over een geschiktheidsverklaring dient te beschikken en voor dat pand geen geschiktheidsverklaring is afgegeven;
indien niet kan worden aangetoond dat de vestiging reeds bestond op 1 oktober 1999;
er strijdigheid is met de ingevolge artikel 3:3 gegeven nadere regels;
indien sprake is van een veroordeling in de zin van artikel 3.5, tweede lid onder d, die ouder is dan de aldaar genoemde termijn van 10 jaar;
indien er sprake is van strijdigheid met hetgeen bij of krachtens deze paragraaf is bepaald.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 3:
Artikel 3:13
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (APV)