De vergunning , ontheffing of instemming kan worden ingetrokken of
gewijzigd:
indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
gegevens zijn verstrekt;
indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning ,
ontheffing of instemming , moet worden aangenomen dat intrekking
of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter
bescherming waarvan de vergunning , ontheffing of instemming is
vereist;
indien de aan de vergunning , ontheffing of instemming verbonden
voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
indien van de vergunning , ontheffing of instemming geen gebruik
wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij
gebreke van een dergelijke termijn,
binnen een redelijke termijn;
indien de houder dit verzoekt.
indien de houder of een persoon wiens gedraging aan hem kan
worden toegerekend handelt in strijd met artikel 6:2A van deze
verordening of 5:20, eerste lid, van de Algemene wet
bestuursrecht.
Hoofdstuk 1
Artikel 1:6
Intrekking of wijziging van vergunning , ontheffing of instemming
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (APV)