**1. .** Onverminderd het bepaalde in artikel 2:83 is het verboden om
zonder voorafgaande instemming van het college van
burgemeester en wethouders een weg aan te leggen, de
verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te
spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen
of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg
van een weg, of handelingen te verrichten die de
gebruiksmogelijkheden van de weg beperken.
**2. .** Dit verbod is niet van toepassing op handelingen als bedoeld
in het eerste lid ten behoeve van huisaansluitingen voor
nutsvoorzieningen (telefoon, kabeltelevisie, gas, water,
elektra, riool, stadsverwarming), voor zover die geen
belemmerende invloed hebben op de doorstroming van verkeer,
gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van de weg, of voor
het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
belemmering kunnen vormen voor het doelmatig beheer en
onderhoud van de weg.
**3. .** De aanvraag om instemming dient te geschieden door degene
die opdracht geeft tot het uitvoeren van de handelingen.
**4. .** Het college van burgemeester en wethouders kan voor de
handelingen als bedoeld in het eerste lid nadere regels
vaststellen.
**5. .** Het college van burgemeester en wethouders beslist op een
aanvraag:
om instemming voor handelingen als bedoeld in het
eerste lid, binnen acht weken na ontvangst van de
aanvraag;
om instemming voor handelingen als bedoeld in het
eerste lid die maximaal een oppervlakte van 25 m2
beslaan en niet langer dan 60 uur duren, mits van
niet ingrijpende aard, welke, gelet op de veiligheid
en doelmatigheid van de weg, niet tot hinder leiden
voor motorrijtuigen, bromfietsen, fietsen en trams
binnen drie werkdagen na ontvangst van de aanvraag.
**6. .** vervallen
**7. .** Het college van burgemeester en wethouders kan haar
instemming weigeren:
indien de handeling als bedoeld in het eerste lid
schade toebrengt aan de weg, een belemmerende
invloed heeft op de doorstroming van verkeer, gevaar
oplevert voor de bruikbaarheid van de weg, of voor
het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
onderhoud van de weg;
indien de handeling hetzij op zichzelf, hetzij in
verband met de omgeving, niet voldoet aan de eisen
van redelijke welstand;
in het belang van de voorkoming of beperking van
overlast voor gebruikers van in de nabijheid gelegen
onroerende zaken.
**8. .** De weigeringsgronden van het zevende lid, onder a, gelden
niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet. De
weigeringsgronden van het zevende lid, onder b, gelden niet
voor bouwwerken. De weigeringsgronden van het zevende lid,
onder c, gelden niet voorzover in het daarin geregelde
onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
**9. .** Een verleende instemming kan geheel of gedeeltelijk worden
ingetrokken of gewijzigd indien:
de handelingen als bedoeld in het eerste lid
ontoelaatbare gevolgen voor de fysieke leefomgeving
hebben of dreigen te hebben en het geven van
aanwijzingen als bedoeld in het tiende lid, onder b,
geen redelijke oplossing biedt.
dit noodzakelijk is voor de uitvoering van
werkzaamheden van de gemeente of derden.
**10. .** In spoedeisende gevallen kan, als de betrokken belangen dit
vereisen:
de opdrachtgever van de handelingen als bedoeld in
het eerste lid mondeling instemming vragen, en kan
het college mondeling instemming verlenen;
het college van burgemeester en wethouders alsmede
de in artikel 6:2 bedoelde toezichthouder de
opdrachtgever en opdrachtnemer van de handelingen
als bedoeld in het eerste lid mondelinge of
schriftelijke aanwijzingen geven, die terstond
dienen te worden opgevolgd;
het college van burgemeester en wethouders haar
instemming mondeling wijzigen of intrekken.
**11. .** Een mondelinge beslissing wordt zo spoedig mogelijk op
schrift gesteld en aan de opdrachtgever toegezonden.
**12. .** Het is verboden:
af te wijken van de nadere regels als bedoeld in het
vierde lid;
niet of niet onmiddellijk te voldoen aan de
aanwijzingen als bedoeld in het tiende lid onder b.
**13. .** De verplichtingen en de verboden in dit artikel gelden niet:
voor het Rijk bij het uitvoeren van zijn of haar
publiekrechtelijke taak;
voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal
wegenreglement, de Waterschapskeur, de
Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
Telecommunicatieverordening, de Elektriciteitswet
1998 of de Gaswet.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 5:
Artikel 2:11
Aanleggen, beschadigen, opbreken en veranderen van een weg
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (APV)