**1. .** De burgemeester kan een horeca-inrichting tijdelijk of voor
onbepaalde tijd gesloten verklaren indien:
die horeca-inrichting wordt geëxploiteerd zonder
geldige exploitatievergunning;
die horeca-inrichting wordt geëxploiteerd in strijd
met de aan de exploitatievergunning verbonden
voorschriften;
een van de in artikel 2:28, vijfde of zesde lid,
genoemde situaties zich voordoet.
**2. .** Een besluit tot sluiting wordt op, in of nabij de toegang
van de horeca- inrichting aangebracht.
**3. .** Een sluiting kan op verzoek van een belanghebbende door de
burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden
feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar
zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen
herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid,
zal plaatsvinden.
**4. .** Het is de ondernemer of de leidinggevende van de
horeca-inrichting verboden na het van kracht worden van de
sluiting bedoeld in het eerste lid, bezoekers tot de
horeca-inrichting toe te laten of daarin te laten
verblijven.
**5. .** Het is een ieder verboden in een bij besluit van de
burgemeester gesloten horeca-inrichting als bezoeker te
verblijven.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8:
Artikel 2:30
Sluiting horeca-inrichting
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (APV)