Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
bevoegd gezag: het gezag als bedoeld in artikel 1.1 van
de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
houtopstand: één of meer bomen, hakhout of een
houtwal;
boom: een houtachtig overblijvend gewas met een
omtrek van de stam van minimaal 30 centimeter op
1.30 meter boven het maaiveld gerekend langs de
stam, indien het bomen betreft op achtererven van
woningen niet groter dan 50 vierkante meter en
niet zichtbaar vanaf openbaar toegankelijk gebied,
geldt een omtrek van de stam van minimaal 90
centimeter op 1,3 meter boven maaiveld. In geval
van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste
stam. In het kader van een herplant- of
instandhoudingsplicht of vanwege de plaatsing op
de lijst met monumentale bomen worden als bomen
ook aangemerkt, bomen met een omtrek van kleiner
dan 30 centimeter respectievelijk 90 centimeter
bij voornoemde achtererven niet groter dan 50
vierkante meter;
dunning: velling, die uitsluitend als een
voorzorgsmaatregel ter bevordering van de groei en
instandhouding van de overblijvende houtopstand
moet worden beschouwd indien deze houtopstand als
bosperceel kan worden aangemerkt;
bosperceel: houtopstanden, die een zelfstandige
eenheid vormen en of een grotere oppervlakte
beslaan dan 10 are of, in geval van
eenrijbeplanting, gerekend over het totaal aantal
rijen meer dan 20 bomen omvatten zoals bedoeld in
de Boswet;
eigenaar: de natuurlijke of rechtspersoon die
eigenaar is van of een beperkt zakelijk recht
heeft op de houtopstand;
hakhout: één of meer bomen, die na geveld te
zijn opnieuw op de stronk uitlopen;
herplantwaarde: monetaire waardering van
houtopstand conform de meest recente richtlijnen
van de Nederlandse vereniging van taxateurs van
bomen;
bomenfonds: het tijdelijk fonds voor gelden ten
behoeve van herplant van houtopstanden;
boomziekte: een biologische aantasting van
bomen of andere houtopstand door bacteriën,
schimmels, insecten of ander natuurlijke oorzaak;
Adviesraad: de Adviesraad Monumentale Bomen,
bestaande uit vertegenwoordigers van de landelijke
Bomenstichting, de Algemene Vereniging voor
Natuurbescherming voor ‘s-Gravenhage en omstreken
en onafhankelijke boomdeskundigen;
monumentale houtopstand: houtopstand als
bedoeld in artikel 2:85 van deze verordening;
kandelaberen: het terugsnoeien van een kroon
met meer dan 50% tot eventueel een hoofdstam met
takstompen;
vellen: kappen, rooien, met in begrip van
verplanten, kandelaberen, het snoeien van meer dan
30% tot maximaal 50%, van het kroonvolume, alsmede
het verrichten van handelingen zowel boven- als
ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of
ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen
hebben;
MOR: Ministeriële regeling omgevingsrecht.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 18
Artikel 2:82
Algemene bepalingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (APV)