**1..** Aan een vergunning of ontheffing zoals bedoeld in de
artikelen 2:87, eerste lid, kunnen in het belang van de
bescherming en het behoud van nabije houtopstanden
voorschriften worden verbonden.
**2..** Tot de in het eerste lid bedoelde voorschriften kan behoren
het voorschrift:
dat binnen een bepaalde termijn van de vergunning
gebruik dient te worden gemaakt;
dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig
de daarbij te geven aanwijzingen moet worden
herplant;
dat pas tot vellen mag worden overgegaan indien
vergunningen inzake bouw, aanleg of andere
ruimtelijke herinrichting onherroepelijk zijn
geworden en de feitelijke en financiële uitvoering
van deze werken voldoende gewaarborgd is;
dat ter bescherming van flora of fauna op een
aangewezen locatie gedurende een bepaalde periode
niet mag worden geveld;
dat pas tot vellen mag worden overgegaan indien een
ontheffing op grond van de Flora- en Faunawet
onherroepelijk is geworden.
**3..** Wordt een voorschrift tot herplant gegeven, dan kan daarbij
tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herplant en
op welke wijze niet geslaagde herplant moet worden
vervangen.
**4..** Indien uitvoering van een herplant niet mogelijk is of naar
maatstaven van redelijkheid onvoldoende compensatie biedt
voor het vellen van de houtopstand wordt aan de ontheffing
of vergunning het voorschrift verbonden, dat de houtopstand
niet mag worden geveld alvorens een bedrag gelijk aan de
herplantwaarde in het bomenfonds is gestort.
**5..** Tot de aan de vergunning of ontheffing te verbinden
voorschriften behoort het voorschrift dat ook alle
rechtsopvolgers van degene aan wie een voorschrift of een
verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd,
verplicht zijn daaraan te voldoen.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 18
Artikel 2:91
Bijzondere vergunningvoorschriften ter bescherming van de houtopstand
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (APV)