**1..** Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan,
waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de
exploitant treft:
op het gebied van hygiëne;
ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en
het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees;
ter bescherming van de gezondheid van de
klanten;
ter voorkoming van strafbare feiten.
**2..** De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in
het eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat:
de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de
algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en
dat dit controleerbaar is;
inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen
een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting
van de werkruimten treft voor gezonde en veilige
werkomstandigheden voor prostituees;
in de seksinrichting te allen tijde voldoende
condooms met een CE-markering voor gebruik
beschikbaar zijn;
in de werkruimten voor de prostituees een goed
functionerende alarmvoorziening aanwezig is;
de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken
op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de
exploitant voldoende geïnformeerd is over de
mogelijkheden van een dergelijk onderzoek;
de prostituee niet gedwongen wordt zich
geneeskundig te laten onderzoeken;
de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en)
die zij wil bezoeken;
de prostituee klanten en diensten kan weigeren
zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden
gevolgen heeft;
de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te
gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden
gevolgen heeft;
aan de voor de exploitant werkzame beheerder
voldoende professionele eisen op het gebied van
agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden
gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing
hierin;
de exploitant zich een oordeel vormt over de mate
van zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze
voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te
stellen of zij voldoet aan de eisen die hij hiervoor
in zijn bedrijfsplan heeft opgenomen;
de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame
prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of
arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt;
de exploitant of beheerder zich er regelmatig van
vergewist dat de prostituee niet door derden
gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit
kader informatie van hulpverleningsinstanties ter
beschikking stelt;
de exploitant aan de voor of bij hem werkzame
prostituees informatie ter beschikking stelt over de
mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostituee
wil stoppen met haar werk in de prostitutie;
de overlast aan de omgeving van de onder het
seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt
wordt.
**3..** Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een
vergunning.
**4..** De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het
bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De
wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde
bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan
aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig
het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden
gesteld.
**5..** De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond
van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor
haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostituee die
werkzaam is voor of bij de exploitant.
**6..** In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en voor
de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostituee
klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of
drugs te gebruiken.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 3: › PARAGRAAF 3.2
Artikel 3:13
Bedrijfsplan
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (APV)