**1. .** Het is verboden een horeca-inrichting te exploiteren zonder exploitatievergunning van de burgemeester.
**2. .** Geen exploitatievergunning is vereist voor een horeca-inrichting die zich bevindt in:
een zorginstelling;
een museum;
een bedrijfskantine of -restaurant, of
rouwcentra, begraafplaatsen en crematoria.
**3. .** Een exploitatievergunning wordt verleend voor onbepaalde tijd, tenzij in de exploitatievergunning anders staat vermeld.
**4. .** Een afschrift van de exploitatievergunning is in de horeca-inrichting aanwezig.
**5..** De burgemeester weigert of trekt de exploitatievergunning in indien:
de vestiging of de exploitatie van de horeca-inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan;
de ondernemer of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
de ondernemer of de leidinggevende onder curatele staat;
de ondernemer of de leidinggevende niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt;
de ingediende bescheiden niet of niet langer overeenstemmen met de feiten, welke relevant zijn voor de door de burgemeester te nemen beslissing;
voor de horeca-inrichting een vergunning krachtens artikel 3 van de Drank- en Horecawet is vereist en die vergunning is geweigerd, ingetrokken, of de aanvraag om die vergunning buiten behandeling is gelaten.
**6..** De burgemeester kan de exploitatievergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken of wijzigen, indien:
naar zijn oordeel de openbare orde gevaar loopt of het woon- of leefklimaat in de omgeving van de horeca-inrichting door de aanwezigheid van de horeca-inrichting nadelig wordt beïnvloed;
de ondernemer of de leidinggevende het bij of krachtens de bepalingen in deze paragraaf geregelde overtreedt;
de ondernemer of de leidinggevende betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de horeca-inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn horeca-inrichting activiteiten plaatsvinden, waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;
de ondernemer of de leidinggevende zich schuldig maakt aan discriminatie;
er sprake is van een gewijzigde exploitatie, met uitzondering van een wijziging in het beheer als bedoeld in artikel 2:30C, tweede lid, of een wijziging in de ondernemer, waarvoor geen nieuwe exploitatievergunning is aangevraagd;
zich in of vanuit de horeca-inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de horeca-inrichting gevaar kan veroorzaken voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de horeca-inrichting;
er aanwijzingen zijn dat in de horeca-inrichting personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde.
**7..** Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8:
Artikel 2:28
Exploitatie horeca-inrichting
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag