Het is verboden om, op door het college aan te wijzen locaties en perioden, dieren te voeren indien:
er door het voeren verkeersonveilige situaties ontstaan;
er door de frequente aanwezigheid van dieren problemen ontstaan door de uitwerpselen;
dieren ook ’s nachts op of bij voerplaatsen aanwezig blijven en dan geluidsoverlast veroorzaken;
er door de aanwezigheid van voer ook dieren aangetrokken worden die minder gewenst zijn;
er door een overdaad aan voer, gezondheidsproblemen voor de gevoerde dieren ontstaan.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 10:
Artikel 2:65A.
Voederen van Dieren
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag