In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
-
advertentie:
elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt;
-
beheerder:
de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf;
-
bevoegd bestuursorgaan:
het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester;
-
bezoeker:
degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van:
1. de exploitant;
2. de beheerder;
3. de schoonmaker;
4. de prostituee,
5. de toezichthouder(s) krachtens artikel 6:2;
6. andere personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
-
escortbedrijf:
de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee;
-
exploitant:
de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend;
-
klant:
degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten;
-
prostituee:
degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;
-
prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;
-
prostitutiebedrijf:
de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie;
-
raamprostitutiebedrijf:
de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie, waarbij het werven van klanten gebeurt door een prostituee die zichtbaar is vanuit een voor publiek toegankelijke plaats;
-
seksbedrijf:
de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen betaling;
-
seksinrichting:
voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf;
-
werkruimte:
als zelfstandig aan te merken onderdeel van seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen betaling worden verricht.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 1.
Artikel 3:2
Begripsbepaling
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag