Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 7:

Artikel 2:25C

– Vergunningplicht betaald voetbalwedstrijden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag

1. . In dit artikel wordt verstaan onder organisator: de betaald voetbalorganisatie ADO Den Haag, indien het betreft een voetbalwedstrijd waarbij ADO Den Haag of Jong ADO Den Haag als thuisspelende ploeg is betrokken; de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond, indien het betreft een voetbalwedstrijd tussen voetbalorganisaties afkomstig van buiten de gemeente Den Haag, dan wel in geval van voetbalwedstrijden tussen vertegenwoordigende elftallen; degene die buiten de gevallen als bedoeld onder a en b een voetbalwedstrijd organiseert. 2. . In dit artikel wordt verstaan onder voetbalwedstijd: wedstrijd waarbij ten minste één van de betaald voetbalteams van de mannen van een betaald voetbalorganisatie is betrokken en die wordt georganiseerd door een organisator als bedoeld in lid 1. 3. . Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een voetbalwedstrijd te houden of te doen houden; een vergunning kan meerdere wedstrijden betreffen; paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. 4. . De aanvraag om vergunning als bedoeld in het derde lid, dient te geschieden door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier en kan meerdere wedstrijden betreffen. 5. . In de aanvraag om een vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld: de gegevens van de organisator; de deelnemende voetbalorganisaties; de geplande datum, tijdstip en locatie van de wedstrijd(en). 6. . De aanvraag dient vergezeld te gaan van een door de organisator op te stellen veiligheidsplan waaruit blijkt dat aan de hand van het risicoprofiel van de wedstrijd(en) voldoende maatregelen zijn genomen voor een goed verloop van de voetbalwedstrijd. 7. . Een aanvraag om vergunning als bedoeld in het derde lid, moet uiterlijk acht weken voor de speeldatum van de (eerste) voetbalwedstrijd worden ingediend. 8. . De burgemeester kan een vergunning als bedoeld in het derde lid, in het belang van de openbare orde en veiligheid weigeren indien: de vrees bestaat voor het ontstaan van een ernstige verstoring van de openbare orde; het aannemelijk is dat de aan de vergunning verbonden voorschriften niet zullen worden nageleefd; de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop van de voetbalwedstrijd. 9. . De burgemeester weigert een vergunning als bedoeld in het derde lid indien niet voldaan is aan het bepaalde in het vierde tot en met het zevende lid.

Rechtspraak bij dit artikel