Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 10:

Artikel 2:39

Gebiedsontzegging

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag

1. . De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan degene die strafbare feiten pleegt of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 24 uur in één of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 2. . Van openbare orde verstorende handelingen als bedoeld in het eerste lid is in ieder geval sprake bij het overtreden van: artikel 2:1; artikel 2:26; artikel 2:47, eerste lid; artikel 2:48, eerste lid; artikel 2:49; artikel 2:52; 3. . Bij overtredingen als bedoeld in het eerste lid kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw tweemaal strafbare feiten pleegt of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste een maand in één of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 4. . De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of derde lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 5. . Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of derde lid opgelegd verbod. 6. . Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of derde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel