Voor de ambtenaar op wie artikel 10 van toepassing is gelden de navolgende inpassingsregels:
voor de ambtenaar, als bedoeld in artikel 3:1, derde lid onder a, van de CAR, het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het bedrag, gelegen onmiddellijk boven het salaris dat de ambtenaar in de oude schaal zou hebben genoten, met dien verstande dat een salarisverhoging wordt verkregen overeenkomende met het bedrag van tenminste één periodieke verhoging in de nieuwe schaal.
De uitkomst hiervan moet zijn dat bij de voortduring een financieel voordeel ontstaat ten opzichte van de salariëring zoals die zou zijn bij verhoging ingevolge artikel 7 in de oude schaal.
voor de ambtenaar, als bedoeld in artikel 3:1, derde lid onder b, van de CAR, het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het eerst hogere bedrag in die schaal, waarmee gerealiseerd wordt dat het verschil tussen het nieuwe salaris en het oude salaris van de ambtenaar tenminste 75% bedraagt van het verschil tussen het bedrag dat de ambtenaar laatstelijk genoot en het naast hogere bedrag in die oude schaal, dan wel het naast lagere bedrag in die oude schaal, indien het salaris in de oude schaal reeds overeenkwam met het hoogste bedrag uit die schaal.
De uitkomst hiervan moet zijn dat bij de voortduring een financieel voordeel ontstaat ten opzichte van de salariëring zoals die zou zijn bij verhoging ingevolge artikel 7 in de oude schaal.