Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 14

Artikel 14

Onderdeel van Organisatieverordening gemeente Dalfsen

1.. De voorzitter van het coördinatieteam stelt de vergaderdata en de agenda voor de vergaderingen van het coördinatieteam vast. De directeuren kunnen zaken voor agendering indienen bij de voorzitter of het bestuurssecretariaat. Het bestuurssecretariaat zorgt ervoor dat de agenda en de bijbehorende stukken worden gereedgemaakt en zo mogelijk tenminste twee dagen voor de vergadering in het bezit zijn van de leden van het coördinatieteam. 2.. Onverminderd het bepaalde in artikel 13, eerste lid draagt het coördinatieteam, met inachtneming van de wettelijke bepalingen inzake de positie van de gemeentesecretaris en diens taak, zorg voor: het adviseren aan burgemeester en wethouders over het instellen van tijdelijke organisatorische verbanden tussen eenheden (projectorganisatie); de coördinatie bij het opstellen, bijstellen en voortgangscontrole van het Jaarwerkplan, dat zijn basis vindt in het Bestuursprogramma; het aanwijzen van medewerkers als projectleider dan wel als participant van (integrale en complexe) projecten; het optreden als projectgroep voor grote en bijzondere projecten; het adviseren over het, in artikel 7, tweede lid vermelde, middelenbeleid; het voorbereiden van planningen en het bespreken van planningsproblemen; het samen met de ondernemingsraad bevorderen van het werkoverleg waardoor de in de ambtelijke organisatie werkzame personen zoveel mogelijk worden betrokken bij de regeling van de arbeid in het onderdeel van de organisatie waarin zijn werkzaam zijn. 3.. Omtrent de in het vorige lid genoemde taken alsmede omtrent de taken als vermeld in artikel 13, eerste lid brengt het coördinatieteam gevraagd en ongevraagd advies uit aan burgemeester en wethouders. 4.. Regelmatig overleggen het coördinatieteam en het college van burgemeester en wethouders over de belangrijke beleidsonderwerpen en de inzet van de middelen. 5.. Het coördinatieteam heeft de bevoegdheid die maatregelen te treffen die nodig zijn om zijn taken te kunnen vervullen. 6.. De leden van het coördinatieteam streven in hun besluitvorming zoveel mogelijk unanimiteit na. Als consensus in het coördinatieteam ontbreekt is het oordeel van de voorzitter beslissend. 7.. Van het besprokene in het coördinatieteam wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt op de agenda van het college van burgemeester en wethouders geplaatst en ter informatie verstrekt aan de medewerkers uit de ambtelijke organisatie. 8.. Burgemeester en wethouders kunnen nadere richtlijnen vaststellen ten aanzien van de werkwijze, de taakgebieden en de bevoegdheden van het coördinatieteam. 9.. Onverminderd het bepaalde in de voorgaande artikelen horen burgemeester en wethouders het coördinatieteam voordat zij een besluit nemen ter nadere uitwerking van het in deze verordening bepaalde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel