Naar hoofdinhoud
1.. De commissie vergadert indien dit naar het oordeel van de voorzitter, in verband met de te behandelen zaken noodzakelijk is, of dit door ten minste drie leden onder opgaaf van redenen wordt verzocht. 2.. De oproeping voor de vergadering geschiedt door of namens de voorzitter, uitgezonderd spoedeisende gevallen, zodanig dat de leden ten minste drie maal 24 uur voor het tijdstip van aanvang daarvan kennis hebben kunnen nemen. 3.. Een lid wordt door een plaatsvervangend lid vervangen: indien hij verhinderd is de vergadering van de commissie bij te wonen; indien hij ingevolge artikel 5, lid 1 niet aan de beraadslaging over en de vaststelling van een advies mag deelnemen. 4.. De commissie is bevoegd in zaken van minder gewicht of van spoedeisende aard haar bevoegdheden aan een of meer van haar leden te mandateren.

Rechtspraak bij dit artikel