**1..** Burgemeester en wethouders vragen advies aan de geïntegreerde welstands- en monumentencommissie voordat zij beslissen op de aanvraag als bedoeld in artikel 10.
**2..** Binnen acht weken na de adviesaanvraag brengt de commissie schriftelijk advies uit aan burgemeester en wethouders.
**3..** Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na ontvangst van het advies van de commissie, maar in ieder geval binnen 16 weken na ontvangst van de aanvraag, op de aanvraag om vergunning.
**4..** Burgemeester en wethouders kunnen de in het derde lid genoemde termijn van 16 weken met ten hoogste tien weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennis geven binnen de in het derde lid genoemde termijn van 16 weken.
**5..** Een vergunning ingevolge deze verordening blijft buiten werking gedurende zes weken na de datum waarop zij is verleend. Indien gedurende deze termijn bezwaar wordt gemaakt op grond van de Algemene wet bestuursrecht, blijft de vergunning buiten werking totdat op het bezwaar is beslist.
**6..** De aanvrager om vergunning voor wijziging of afbraak van een beschermd gemeentelijk monument, archeologisch waardevol gebied of archeologisch onderzoeksgebied als bedoeld in artikel 9 van deze verordening wordt in de gelegenheid gesteld zijn aanvraag in de vergadering van de commissie nader toe te lichten, wanneer hij hierom heeft verzocht.
**7..** Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van het behoud van archeologische waarden bepalen dat voorafgaand aan de vergunningverlening archeologisch onderzoek wordt verricht.
**8..** Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning verlenen indien is gebleken dat de activiteiten in het archeologisch waardevol gebied of archeologisch onderzoeksgebied waarvoor vergunning wordt verleend niet zullen leiden tot een verstoring van de eventueel aanwezige archeologie.
**9..** Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunningverlening in een archeologisch waardevol gebied of archeologisch onderzoeksgebied in ieder geval de volgende voorschriften verbinden:
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem worden behouden; of
de verplichting tot het doen van opgravingen; of
de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een gekwalificeerd deskundige.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 11
Advies van de geïntegreerde welstands- en monumentencommissie en beslissing op de aanvraag
Onderdeel van Monumentenverordening Dalfsen (2008)