**1..** Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een onroerend monument aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een terrein of object aanwijzen als:
gebied met gekende maar nader te waarderen en/of te begrenzen archeologische waarden (archeologisch waardevol gebied);
gebied met een middelhoge tot hoge verwachtingswaarde (archeologisch onderzoeksgebied);
**3..** Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de aanwijzing van een onroerend monument als beschermd gemeentelijk monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht.
**4..** Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de aanwijzing van een archeologisch waardevol gebied of archeologisch onderzoeksgebied bepalen dat archeologisch onderzoek wordt verricht.
**5..** Voordat burgemeester en wethouders een kerkelijk monument aanwijzen, voeren zij overleg met de eigenaar.
**6..** De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de wet.
**7..** De aanwijzing als archeologisch waardevol of archeologisch onderzoeksgebied kan geen terrein of object betreffen dat in het bestemmingsplan een bestemming kent als archeologisch waardevol of archeologisch onderzoeksgebied.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1
Artikel 3
De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument
Onderdeel van Monumentenverordening Dalfsen (2008)