Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2

Artikel 9

Verbodsbepaling

Onderdeel van Monumentenverordening Dalfsen (2008)

1.. Het is verboden een beschermd gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen. 2.. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders: een beschermd gemeentelijk monument, archeologisch waardevol gebied of archeologisch onderzoeksgebied af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; een beschermd gemeentelijk monument, archeologisch waardevol gebied of archeologisch onderzoeksgebied te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 3.. Het is in een ‘archeologisch waardevol gebied A’ verboden bodemverstorende activiteiten te verrichten voorzover het betreft grondwerken met een bodemverstoring dieper dan 0,3 m. 4.. Het is in een ‘archeologisch waardevol gebied B’ verboden bodemverstorende activiteiten te verrichten voorzover het betreft grondwerken met een bodemverstoring dieper dan 0,3 m en met een oppervlakte van meer dan 50 vierkante meter. 5.. Het is in een ‘archeologisch onderzoeksgebied A’ verboden bodemverstorende activiteiten te verrichten voorzover het betreft grondwerken met een bodemverstoring dieper dan 0,3 m en met een oppervlakte van meer dan 250 vierkante meter. 6.. Het is in een ‘archeologisch onderzoeksgebied B’ verboden bodemverstorende activiteiten te verrichten voorzover het betreft grondwerken met een bodemverstoring dieper dan 0,5 m en met een oppervlakte van meer dan 500 vierkante meter.

Rechtspraak bij dit artikel