**1..** Het is verboden een beschermd gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen.
**2..** Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders:
een beschermd gemeentelijk monument, archeologisch waardevol gebied of archeologisch onderzoeksgebied af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;
een beschermd gemeentelijk monument, archeologisch waardevol gebied of archeologisch onderzoeksgebied te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.
**3..** Het is in een ‘archeologisch waardevol gebied A’ verboden bodemverstorende activiteiten te verrichten voorzover het betreft grondwerken met een bodemverstoring dieper dan 0,3 m.
**4..** Het is in een ‘archeologisch waardevol gebied B’ verboden bodemverstorende activiteiten te verrichten voorzover het betreft grondwerken met een bodemverstoring dieper dan 0,3 m en met een oppervlakte van meer dan 50 vierkante meter.
**5..** Het is in een ‘archeologisch onderzoeksgebied A’ verboden bodemverstorende activiteiten te verrichten voorzover het betreft grondwerken met een bodemverstoring dieper dan 0,3 m en met een oppervlakte van meer dan 250 vierkante meter.
**6..** Het is in een ‘archeologisch onderzoeksgebied B’ verboden bodemverstorende activiteiten te verrichten voorzover het betreft grondwerken met een bodemverstoring dieper dan 0,5 m en met een oppervlakte van meer dan 500 vierkante meter.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 9
Verbodsbepaling
Onderdeel van Monumentenverordening Dalfsen (2008)