De aanbieder draagt zorg voor voldoende en adequate afzetting van de door hem veroorzaakte opbreking tot en met het moment van het aanbrengen van de definitieve verharding. Dit geldt ook voor door het inblazen van kabels en leidingen veroorzaakte blaasgaten.
De in verband met de werkzaamheden noodzakelijke veiligheids- en verkeersmaatregelen worden op aanwijzing van de opzichter uitgevoerd en onderhouden door de aanbieder.
Gezien de zorg die de gemeente heeft voor de verkeersveiligheid worden aan de uitvoering bijzondere eisen verbonden.
Alle borden, hekken en pionnen enzovoort worden in het kader van de tijdelijke verkeersvoorzieningen uitgevoerd in reflecterend materiaal van minimaal klasse II, NEN 3381 of hoger.
De voorzieningen voldoen bovendien aan de richtlijnen zoals beschreven in de CROW-publicatie 96b "Maatregelen bij werken in uitvoering op niet-autosnelwegen en wegen binnen de bebouwde kom".
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 3.1.1
Afzetting en veiligheid
Onderdeel van Beleidsregels kabels en leidingen Bunschoten 2011