De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren, dan wel op de wijze en het tijdstip zoals is aangegeven op de parkeerapparatuur.
De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel a, voor wat betreft de abonnementen, moet contant worden betaald op het tijdstip waarop het abonnement wordt verleend, dan wel binnen tien dagen na ontvangst van de gedagtekende nota of ander schriftuur.
De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet contant worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend, dan wel binnen tien dagen na ontvangst van de gedagtekende nota of ander schriftuur.
Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de gestelde termijnen van dit artikel.
Artikel 9
Wijze van heffing en termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening parkeerbelastingen 2010