Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 1

Artikel 2.3.1.2

Exploitatievergunning horecabedrijf

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Gilze en Rijen

Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 weigert de burgemeester de vergunning indien de vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan. Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit. Voor zowel de winkel als het horecabedrijf gelden de sluitingstijden van de Winkeltijdenwet. Voorts geldt het eerste lid niet voor: a.een horecabedrijf in zorginstellingen; b.een horecabedrijf in musea. b.Artikel 2.3.1.2a Aanvraag vergunning Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2.3.1.2 moet een aanvraag worden ingediend aan de hand van een door de burgemeester vast te stellen formulier. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet tevens gezien als een aanvraag in de zin van artikel 2.3.1.2. b.Artikel 2.3.1.3 Opheffing vergunningplicht b.(vervallen) b.Artikel 2.3.1.4 Sluitingstijden Het is de houder van een horecabedrijf verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven op maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 uur en 05.00 uur. Het is de houder van een horecabedrijf verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven op zaterdag, zondag, carnavalsmaandag en –dinsdag, Koninginnedag en de dag na een officiële feestdag als bedoeld in het derde lid, tussen 03.00 uur en 05.00 uur, alsmede tussen 02.00 uur en 03.00 uur, met dien verstande dat het verbod voor de tijd tussen 02.00 uur en 03.00 uur niet geldt voor bezoekers die daarin reeds voor 02.00 uur aanwezig waren. Tweede Paasdag, Koninginnedag, hemelvaartsdag, tweede pinksterdag en eerste en tweede kerstdag worden voor de toepassing van het tweede lid aangemerkt als officiële feestdag. Bij de overgang van winter- naar zomertijd is het de houder van een horecabedrijf verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 03.00 uur en 05.00 uur, met dien verstande dat het verbod voor de tijd tussen 03.00 uur en 04.00 uur niet geldt voor bezoekers die daarin reeds voor 03.00 uur aanwezig waren. In afwijking van lid 1 tot en met 4, is het de houder van een horecabedrijf behorende bij een paracommerciële instelling, stichting of vereniging verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven op maandag tot en met vrijdag tussen 24.00 en 05.00 uur en op zaterdag en zondag tussen 00.30 uur en 05.00 uur. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk horecabedrijf of een daartoe behorend terras. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid en vijfde lid gestelde verbod. Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing zijn. b.Artikel 2.3.1.5 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor een of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2.3.1.4 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet. b.Artikel 2.3.1.6 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf b.Het is bezoekers van een horecabedrijf verboden gedurende de tijd dat dit bedrijf krachtens artikel 2.3.1.4 of ingevolge een op grond van artikel 2.3.1.5 genomen besluit gesloten dient te zijn, zich daarin of aldaar te bevinden. b.Artikel 2.3.1.7 Ordeverstoring b.Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren. b.Artikel 2.3.1.8 Het college als bevoegd bestuursorgaan b.Indien een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2.3.1.1 geen inrichting is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt niet de burgemeester, maar het college op als bevoegd bestuursorgaan ten behoeve van artikel 2.3.1.2 tot en met 2.3.1.5. b.Paragraaf 2 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf b.Artikel 2.3.2.1 Begripsomschrijvingen b.In deze paragraaf wordt verstaan onder: inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft; houder: degene die een inrichting exploiteert dan wel daarin de feitelijke leiding heeft. b.Artikel 2.3.2.2 Kennisgeving exploitatie b.Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of het houden van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester. b.Artikel 2.3.2.3 Nachtregister b.De houder van een inrichting is verplicht een register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden dat ingericht is volgens het door de burgemeester vastgestelde model. b.Artikel 2.3.2.4 Verschaffing gegevens nachtregister b.Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt dan wel de kampeerder is verplicht onverwijld aan de houder van die inrichting volledig en naar waarheid zijn of haar naam, adres, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst, alsmede de dag van vertrek te verstrekken. b.Paragraaf 3 Toezicht op speelgelegenheden b.Artikel 2.3.3.1 Speelgelegenheden Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op: speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend; speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen; speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten. De burgemeester weigert de vergunning: Indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid. Indien de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. b.Artikel 2.3.3.2 Speelautomaten 1.In dit artikel wordt verstaan onder: b.a Wet: de Wet op de kansspelen b.b speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet; b.c kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet; b.d hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet; b.e laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten. In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn toegestaan. b.Paragraaf 4 Toezicht op smartshops, headshops, growshops, belshops/ belwinkels en internetcafés. b.Artikel 2.3.4.1 Begripsomschrijvingen b.In deze paragraaf wordt verstaan onder: smartshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één van de activiteiten wordt gevormd door detailhandel in psychotrope stoffen headshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één van de activiteiten wordt gevormd door detailhandel in attributen die samenhangen met het gebruik van softdrugs, zoals pijpjes en vloeitjes growshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één van de activiteiten wordt gevormd door detailhandel in kweekbenodigdheden, zoals meststoffen, bestrijdingsmiddelen, plantenvoeding, potgrond, lampen, ventilatiesystemen en waterpompen, bedoeld of kennelijk bedoeld voor de kweek van hennep, cannabis dan wel soortgelijke planten belshop of belwinkel: inrichting waarin de hoofdactiviteit of één van de activiteiten wordt gevormd door aan derden gelegenheid te bieden tot elektronisch berichtenverkeer, (internationaal) telefoonverkeer, dan wel aanverwante diensten internetcafé: inrichting waarin de hoofdactiviteit of één van de activiteiten wordt gevormd door aan derden gelegenheid te bieden tot elektronisch berichtenverkeer dan wel aanverwante diensten inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet handelingen en/of werkzaamheden worden verricht die zijn aan te merken als het exploiteren van een smartshop, headshop, growshop, belshop/ belwinkel of internetcafé; exploitant: degene die een inrichting exploiteert; b.Artikel 2.3.4.2 Nadere regels Het college is bevoegd een gebied aan te wijzen waarbinnen deze afdeling van toepassing is. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het maximale aantal inrichtingen, al dan niet categorisch, binnen het gebied. b.Artikel 2.3.4.3 Vergunningplicht Het is verboden een inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. De aanvraag voor de vergunning dient te geschieden met een door de burgemeester vastgesteld formulier. De vergunning wordt alleen aan natuurlijke personen verleend. De vergunning wordt uitsluitend verleend aan de exploitant, is persoonsgebonden en kan niet worden overgedragen. b.Artikel 2.3.4.4 Weigeringsgronden b.De vergunning kan worden geweigerd indien: De exploitant de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt; de exploitant binnen drie jaar voor de aanvraag een inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gesloten is geweest; de vestiging of exploitatie strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan; de vestiging of exploitatie strijd oplevert met artikel 2.3.4.2, tweede lid; naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de inrichting; b.Artikel 2.3.4.5 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting b.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of meer inrichtingen, tijdelijk andere dan de voor de betreffende inrichtingen geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijke sluiting bevelen. b.Artikel 2.3.4.6 Sluiting b.De burgemeester kan een inrichting, al dan niet voor een bepaalde termijn, gesloten verklaren indien: de exploitant handelt in strijd met het bepaalde in de artikelen 2.3.4.3, eerste lid, of 2.3.4.4, tweede lid; de exploitant handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften. b.Artikel 2.3.4.7 Aanwezigheid in gesloten inrichting Het is verboden gedurende de tijd dat een inrichting ingevolge de reguliere sluitingstijden, of krachtens een op grond van artikel 2.3.4.6 dan wel 2.3.4.7 genomen besluit voor bezoekers gesloten dient te zijn zich als bezoeker daarin te bevinden. Het is de exploitant verboden gedurende de tijd dat een inrichting ingevolge de reguliere sluitingstijden, of krachtens een op grond van artikel 2.3.4.6 dan wel 2.3.4.7 genomen besluit voor bezoekers gesloten dient te zijn, de inrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin één of meer bezoekers toe te laten of te laten verblijven. b.Artikel 2.3.4.8 Intrekking vergunning b.Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 wordt de vergunning ingetrokken indien: de exploitatie van de inrichting door een andere dan de in de vergunning genoemde exploitant wordt overgenomen; de exploitant niet of niet langer voldoet aan de bij of krachtens artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a en b, en derde lid, van de Drank- en Horecawet aan leidinggevenden gestelde eisen. b.Artikel 2.3.4.9 Overgangsbepaling Aan de exploitant van een inrichting die op de datum van inwerkingtreding van dit artikel in bedrijf is, wordt geacht een tijdelijke vergunning voor die inrichting te zijn afgegeven voor de duur van twee maanden. Wordt door de exploitant van een inrichting als bedoeld in het eerste lid binnen een termijn van twee maanden na de inwerkingtreding ingevolge artikel 2.3.4.3 vereiste vergunning aangevraagd, dan wordt de tijdelijke vergunning als bedoeld in het eerste lid geacht te zijn verlengd tot het tijdstip waarop door het bevoegd orgaan op de aanvraag is beslist.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel