Het college stelt vast aan welke groepen inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars een inburgeringsvoorziening kan worden aangeboden, waarbij voorrang wordt gegeven aan de inburgeraars die:
1. a. kunnen worden aangemerkt als asielgerechtigden;
b. een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand en de Wet investering in jongeren ontvangen;
c. een opvoedingstaak vervullen;
d. in Medemblik een maatschappelijke rol vervullen;
e. nieuw in Nederland zijn komen wonen;
f. eigen initiatief tonen en gemotiveerd zijn om het
inburgeringsexamen te behalen.
2. Het college kan bij nadere regeling de weging van deze voorrangscriteria
vaststellen.