Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2

Begripsbepalingen

Onderdeel van Havenverordening gemeente Medemblik 2007

In deze verordening wordt verstaan onder: 1. vaartuig                            :  elk vaar- of drijftuig, dat wordt gebezigd dan wel bestemd en /of geschikt is voor het vervoer te water van personen en /of goederen, woonarken uitgezonderd; 2. woonschip                         : a. elk vaar- of drijftuig, dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als of te oordelen naar zijn constructie en / of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot als hoofdbewoning geldend dag- en /of nachtverblijf van één of meer personen; b. een vaar- of drijftuig, als bedoeld onder a, in aanbouw; c. een casco van een vaar- of drijftuig, als bedoeld onder a, in aanbouw; d. de overblijfselen van een vaar- of drijftuig, als bedoeld onder a tot en met c; 3. schipper                            : ieder, die aan boord van enig vaartuig voortdurend of tijdelijk het gezag voert; 4. haven                                : de Oosterhaven, de Middenhaven, de Westerhaven, de Stichtingshaven uitgezonderd en het Overlekerkanaal, inclusief de daarbij behorende kades; van de haven maken geen deel uit die gedeelten die aan de openbare dienst zijn onttrokken, doordat daarvoor privaatrechtelijke overeenkomsten van kracht zijn; 5. havenmeester                   : de als zodanig door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar, alsmede diens plaatsvervanger.

Rechtspraak bij dit artikel