Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Afwijzing van een aanvraag tot aansluiting

Onderdeel van Aansluitverordening Riolering Leiden

1.. De aanvraag voor een aansluiting wordt in ieder geval afgewezen, indien het verlenen daarvan in strijd zou komen met het belang van een goede werking van de riolering. 2.. De aanvraag kan voorts worden afgewezen, indien: de hoogteligging van het particulier riool (binnenonderkant buis) ter plaatse van het aansluitpunt lager ligt dan de bovenzijde van de riolering, vermeerderd met 25 centimeter plus de benodigde hoogte voor het afschot van de aansluitleiding; de bovenzijde van een lozingstoestel lager is gelegen dan Nieuw Amsterdams Peil, tenzij via een pompinstallatie voorzien van een terugslagklep wordt aangesloten; de aanvraag betrekking heeft op een gemengd stelsel, terwijl een (verbeterd) gescheiden stelsel aanwezig is; de aanvraag betrekking heeft op niet verontreinigd hemelwater, dat zonder bezwaar op het oppervlaktewater kan worden afgevoerd; de aanvraag betrekking heeft op een lozing voor afvalwater en/of bronneringswater, waarvoor krachtens de geldende milieuwetgeving een vergunning c.q. ontheffing is vereist, maar deze niet is verleend; de riolering ter plaatse van de gevraagde voorziening niet over voldoende capaciteit beschikt om de hoeveelheid te lozen stoffen te kunnen afvoeren.

Rechtspraak bij dit artikel